Het tabblad Back-upopslag

Op het tabblad Back-upopslag worden back-ups weergegeven van alle machines die ooit zijn geregistreerd op de beheerserver. Dit is met inbegrip van offline machines en machines die niet meer zijn geregistreerd.

Back-ups die zijn opgeslagen in een gedeelde locatie (zoals een SMB- of NFS-share), zijn zichtbaar voor alle gebruikers met leesmachtiging voor de locatie.

In Windows worden de toegangsrechten voor back-upbestanden overgenomen van de bovenliggende map. Daarom raden we aan om de leesrechten voor deze map te beperken.

In de cloudopslag hebben gebruikers alleen toegang tot hun eigen back-ups. In een implementatie in de cloud kan een beheerder back-ups bekijken voor elk account dat tot dezelfde groep en de onderliggende groepen behoort. Dit account wordt indirect gekozen in Machine waarmee u wilt bladeren. Op het tabblad Back-upopslag worden back-ups weergegeven van alle machines die ooit zijn geregistreerd voor hetzelfde account als waar deze machine is geregistreerd.

Back-uplocaties die worden gebruikt in beschermingsschema's, worden automatisch toegevoegd aan het tabblad Back-upopslag. Als u een aangepaste map (bijvoorbeeld een verwisselbaar USB-apparaat) wilt toevoegen aan de lijst met back-uplocaties, klikt u op Bladeren en geeft u het pad naar de map op.

Probeer de back-upbestanden niet handmatig te bewerken, omdat dit kan leiden tot beschadiging van bestanden en de back-ups onbruikbaar kan maken. Ook raden wij u aan om back-ups te exporteren of de back-upreplicatie te gebruiken in plaats van back-upbestanden handmatig te verplaatsen.

Een herstelpunt selecteren via het tabblad Back-upopslag

  1. Selecteer op het tabblad Back-upopslag de locatie waar de back-ups worden opgeslagen.

    Alle back-ups die uw account mag bekijken in de geselecteerde locatie, worden weergegeven. De back-ups zijn gecombineerd in groepen. De namen van de groepen zijn gebaseerd op de volgende sjabloon:

    <machine name> – <protection plan name>

  2. Selecteer een groep waaruit u gegevens wilt herstellen.
  3. [Optioneel] Klik op Wijzigen naast Machine waarmee u wilt bladeren en selecteer vervolgens een andere machine. Voor het bladeren door bepaalde back-ups zijn specifieke agenten vereist. Als u wilt bladeren door de back-ups van Microsoft SQL Server-databases moet u bijvoorbeeld een machine met Agent voor SQL selecteren.

    De Machine waarmee u wilt bladeren wordt gebruikt als standaardbestemming voor herstel vanaf back-ups van een fysieke machine. Wanneer u een herstelpunt selecteert en op Herstellen klikt, controleer dan goed of Doelmachine correct is ingesteld en of u zeker weet dat u naar deze specifieke machine wilt herstellen. Als u de herstelbestemming wilt wijzigen, geeft u een andere machine op in Machine waarmee u wilt bladeren.

  4. Klik op Back-ups weergeven.
  5. Selecteer het herstelpunt.