Bestandsfilters
Met behulp van bestandsfilters kunt u alleen specifieke bestanden en mappen in een back-up opnemen, of specifieke bestanden en mappen uitsluiten van een back-up.
Bestandsfilters zijn beschikbaar voor back-ups op schijfniveau en back-ups op bestandsniveau, tenzij anders vermeld.
Bestandsfilters zijn niet effectief wanneer ze worden toegepast op dynamische schijven (LVM- of LDM-volumes) van een virtuele machine waarvan een back-up is gemaakt met Agent voor VMware, Agent voor Hyper-V of Agent voor Scale Computing in de modus zonder agent.
Bestandsfilters inschakelen
- Breid de Backup-module uit in een beschermingsschema.
- Klik in Back-upopties op Wijzigen.
- Selecteer Bestandsfilters.
- Gebruik een van de hieronder beschreven opties.
Bestanden met specifieke criteria opnemen of uitsluiten
Er zijn twee opties die omgekeerd werken.
-
Alleen back-up maken van bestanden die voldoen aan de volgende criteria
Voorbeeld: Als u een back-up van de hele machine maakt en in de filtercriteria C:\File.exe opgeeft, wordt er alleen een back-up van dit bestand gemaakt.
Dit filter werkt niet voor back-ups op bestandsniveau als Versie 11 is geselecteerd in Back-upindeling en de back-upbestemming NIET de cloudopslag is.
-
Geen back-up maken van bestanden die voldoen aan de volgende criteria
Voorbeeld: Als u een back-up van de hele machine maakt en in de filtercriteria C:\File.exe opgeeft, wordt alleen dit bestand overgeslagen.
U kunt beide opties ook tegelijkertijd gebruiken. De laatste optie overschrijft de eerste. Oftewel, als u in beide velden C:\File.exe opgeeft, wordt dit bestand tijdens het back-upproces overgeslagen.
Criteria
-
Volledig pad
Geef het volledige pad naar het bestand of de map op. Het pad begint met de stationsletter (voor back-ups in Windows) of de hoofdmap (root directory) (voor back-ups in Linux of macOS).
Zowel in Windows als in Linux/macOS kunt u een slash in het bestands- of mappad gebruiken (zoals in C:/Temp/File.tmp). In Windows kunt u ook de traditionele backslash gebruiken (zoals in C:\Temp\File.tmp).
Als het besturingssysteem van de machine waarvan een back-up is gemaakt, niet correct wordt gedetecteerd tijdens een back-up op schijfniveau, dan zullen de filters voor volledige padbestanden niet werken. Er wordt een waarschuwing weergegeven in het geval van een uitsluitingsfilter. De back-up mislukt in het geval van een filter voor het opnemen van bestanden.
Een filter voor een volledig pad bevat de stationsletter (in Windows) of de root directory/hoofdmap (in Linux of macOS). Een volledig pad voor een bestand is bijvoorbeeld: C:\Temp\Bestand.tmp. Een filter met de stationsletter of de root directory/hoofdmap, bijvoorbeeld C:\Temp\Bestand.tmp of C:\Temp\*, resulteert in een waarschuwing of fout.
Een filter zonder de stationsletter of de root directory/hoofdmap (bijvoorbeeld Temp\* of Temp\Bestand.tmp) of een filter dat begint met een sterretje (bijvoorbeeld *C:\) retourneert geen waarschuwing of fout. Als het besturingssysteem van de machine waarvan een back-up is gemaakt, niet correct wordt gedetecteerd, dan zullen deze filters ook niet werken. -
Naam
Geef de naam van het bestand of de map op, zoals Document.txt. Alle bestanden en mappen met die naam worden geselecteerd.
De criteria zijn niet hoofdlettergevoelig. Als u bijvoorbeeld C:\Temp opgeeft, selecteert u ook C:\TEMP, C:\temp, enzovoort.
U kunt een of meer jokertekens (*, ** en ?) in het criterium gebruiken. Deze tekens kunnen zowel in het volledige pad als de naam van het bestand of de map worden gebruikt.
Het sterretje (*) staat voor nul of meer tekens in een bestandsnaam. Het criterium Doc*.txt komt overeen met bestanden als Doc.txt en Document.txt.
[Alleen voor back-ups in de indeling Versie 12]Het dubbele sterretje (**) staat voor nul of meer tekens in een bestandsnaam en bestandspad, met inbegrip van de slash. Het criterium **/Docs/**.txt komt bijvoorbeeld overeen met alle txt-bestanden in alle submappen van alle mappen met de naam Docs.
Het vraagteken (?) staat voor één teken in een bestandsnaam. Het criterium Doc?.txt komt overeen met bestanden als Doc1.txt en Docs.txt, maar niet met de bestanden Doc.txt of Doc11.txt
Verborgen bestanden en mappen uitsluiten
Schakel dit selectievakje in om bestanden en mappen over te slaan die het kenmerk Hidden hebben (voor bestandssystemen die worden ondersteund door Windows) of die beginnen met een punt (.) (voor bestandssystemen in Linux, zoals Ext2 en Ext3). Als een map verborgen is, wordt alle inhoud (inclusief bestanden die niet verborgen zijn) uitgesloten.
Systeembestanden en -mappen uitsluiten
Deze optie is alleen effectief voor bestandssystemen die niet door Windows worden ondersteund. Schakel dit selectievakje in om bestanden en mappen met het kenmerk System over te slaan. Als een map het kenmerk System heeft, wordt alle inhoud (inclusief bestanden zonder het kenmerk System) uitgesloten.
U kunt de bestands- of mapkenmerken weergeven in de bestands-/mapeigenschappen of met de opdracht attrib. Raadpleeg de Help en ondersteuning in Windows voor meer informatie.