Opnieuw scannen…

De informatie over de inhoud van de tapes wordt opgeslagen in een toegewezen database. Tijdens de bewerking van het opnieuw scannen wordt de inhoud van de tapes gelezen en de database bijgewerkt als de informatie niet overeenkomt met de gegevens die zijn opgeslagen op tapes. De back-ups die zijn gedetecteerd als gevolg van de bewerking, worden geplaatst in een opgegeven groep.

Met één bewerking kunt u de tapes van één groep opnieuw scannen. Alleen online tapes kunnen worden geselecteerd voor de bewerking.

Als u een back-up met meerdere streams of met meerdere streams en multiplexing opnieuw wilt scannen, hebt u minstens hetzelfde aantal stations nodig als het aantal dat is gebruikt om deze back-up te maken. Een dergelijke back-up kan niet opnieuw worden gescand met een zelfstandig tapestation.

Voer het opnieuw scannen uit:

  • Als de database van een opslagknooppunt of beheerde machines is verloren of beschadigd.
  • Als informatie over een tape in de database is verouderd (voorbeeld: de inhoud van een tape is gewijzigd door een ander opslagknooppunt of andere agent).
  • Voor het verkrijgen van toegang tot back-ups die zijn opgeslagen op tapes wanneer u met opstartmedia werkt.
  • Als u onopzettelijk de informatie over een tape uit de database hebt verwijderd. Wanneer u een verwijderde tape opnieuw scant, verschijnen de back-ups die erop zijn opgeslagen opnieuw in de database en worden deze beschikbaar voor gegevensherstel.
  • Als back-ups zijn verwijderd van een tape, ofwel handmatig ofwel vanwege bewaarregels, maar u wilt dat deze beschikbaar worden voor gegevensherstel. Voordat u zo'n tape opnieuw scant, werpt u deze uit, verwijdert u de informatie van deze uit de database en plaatst u de tape opnieuw in het tapeapparaat.

Tapes opnieuw scannen

  1. Klik op Instellingen > Tapebeheer.
  2. Selecteer de machine of het opslagknooppunt waaraan uw tapeapparaat is gekoppeld en klik vervolgens op Tapeapparaten onder deze machine.
  3. Selecteer het tapeapparaat waarnaar u de tapes hebt geladen.
  4. Voer de snelle inventarisatie uit.

    Zorg ervoor dat u tijdens het inventariseren niet de optie Niet-herkende en geïmporteerde tapes naar de groep 'Beschikbare tapes' verplaatsen inscahkelt.

  5. Selecteer de groep Niet-herkende tapes. Dit is de groep waarnaar de meeste tapes zijn verzonden ten gevolge van de snelle inventarisatie. Het opnieuw scannen van elke andere groep is ook mogelijk.
  6. [Optioneel] Selecteer individuele tapes om alleen deze opnieuw te scannen.
  7. Klik op Opnieuw scannen.
  8. Selecteer de groep waar de nieuw gedetecteerde back-ups worden geplaatst.
  9. Selecteer indien nodig het selectievakje Bestandsherstel inschakelen voor schijfback-ups die worden opgeslagen op tapes.

    Details. Als het selectievakje is geselecteerd, zal de software speciale aanvullende bestanden maken op een harde schijf van de machine waaraan het tapeapparaat is gekoppeld. Het herstellen van bestanden van schijfback-ups is mogelijk zolang deze aanvullende bestanden intact zijn. Zorg dat u het selectievakje selecteert als de tapes applicatiegerichte back-ups bevatten. U kunt anders niet de applicatiegegevens herstellen uit deze back-ups.

  10. Als de tapes met wachtwoorden beveiligde back-ups bevatten, selecteert u het betreffende selectievakje en geeft u het wachtwoord op voor de back-ups. Als u geen wachtwoord opgeeft, of het wachtwoord is onjuist, worden de back-ups niet gedetecteerd. Houd hier rekening mee voor het geval dat u geen back-ups ziet na het opnieuw scannen.

    Tip. Als de tapes meerdere back-ups bevatten die met meerdere wachtwoorden zijn beschermd, moet u het scannen meerdere malen herhalen en daarbij telkens het wachtwoord opgeven.

  11. Klik op Opnieuw scannen starten om het opnieuw scannen te starten.

Resultaat. De geselecteerde tapes worden verplaatst naar de geselecteerde groep. De back-ups die zijn opgeslagen op de tapes, kunnen worden gevonden in deze groep. Een back-up verspreid over meerdere tapes verschijnt niet in de groep tot al deze tapes opnieuw zijn gescand.