Universal Restore in Windows
Voorbereiding
Stuurprogramma's voorbereiden
Voordat u Universal Restore toepast op een Windows-besturingssysteem, controleert u of u de stuurprogramma's hebt voor de nieuwe HDD-controller en de chipset. Deze stuurprogramma's zijn essentieel om het besturingssysteem op te starten. Gebruik de door uw hardwareleverancier meegeleverde cd of dvd of download de stuurprogramma's van de website van de leverancier. De stuurprogrammabestanden moeten de extensie *.inf hebben. Als u de stuurprogramma's downloadt in de indeling *.exe, *.cab of *.zip, moet u ze uitpakken met een applicatie van derden.
Het beste kunt u de stuurprogramma's voor alle hardware die in uw organisatie wordt gebruikt, opslaan in één opslagplaats, gesorteerd op apparaattype of op hardwareconfiguratie. Ga als volgt te werk: bewaar een kopie van de opslagplaats op een dvd of flashstation; kies enkele stuurprogramma's en voeg deze toe aan de opstartmedia; maak de aangepaste opstartmedia met de nodige stuurprogramma's (en de nodige netwerkconfiguratie) voor elk van uw servers. Of u kunt gewoon het pad naar de opslagplaats opgeven telkens wanneer u Universal Restore gebruikt.
Toegang tot de stuurprogramma's controleren in een opstartbare omgeving
Controleer of u toegang hebt tot het apparaat met stuurprogramma's wanneer u met opstartmedia werkt. Gebruik WinPE-media als het apparaat beschikbaar is in Windows, maar niet wordt gedetecteerd door Linux-media.
Instellingen voor Universal Restore
Automatisch zoeken van stuurprogramma's
Geef op waar het programma moet zoeken naar de Hardware Abstraction Layer (HAL), het stuurprogramma voor de HDD-controller en het/de stuurprogramma('s) voor de netwerkadapter(s):
- Als de stuurprogramma's zich bevinden op een schijf van een leverancier of andere verwisselbare media, schakelt u Verwisselbare media doorzoeken in.
- Als de stuurprogramma's zich bevinden in een netwerkmap of op de opstartmedia, geeft u het pad naar de map op door te klikken op Map toevoegen.
Universal Restore doorzoekt ook de standaardopslagmap voor stuurprogramma's in Windows. Deze locatie wordt bepaald in de registerwaarde DevicePath in de registersleutel HKEY_LOCAL_MACHINE\SOFTWARE\Microsoft\Windows\CurrentVersion. De gebruikelijke opslagmap hiervoor is WINDOWS/inf.
Met Universal Restore worden de volgende acties uitgevoerd: recursief zoeken in alle submappen van de opgegeven map, meest geschikte HAL en stuurprogramma's voor de HDD-controller vinden van alle beschikbare opties, en deze installeren in het systeem. Universal Restore zoekt ook naar het stuurprogramma voor de netwerkadapter; het pad naar het gevonden stuurprogramma wordt dan door Universal Restore doorgegeven aan het besturingssysteem. Als de hardware meerdere netwerkinterfacekaarten heeft, probeert Universal Restore alle stuurprogramma's voor de kaarten te configureren.
Stuurprogramma's voor massaopslag die moeten worden geïnstalleerd
Deze instelling hebt u nodig in de volgende gevallen:
- Als de hardware over een specifieke controller voor massaopslag beschikt, zoals RAID (met name NVIDIA RAID) of een Fibre Channel-adapter.
- Als u een systeem hebt gemigreerd naar een virtuele machine die een controller voor een harde SCSI-schijf gebruikt. Als u SCSI-stuurprogramma's gebruikt die zijn gebundeld met uw virtualisatiesoftware of als u de nieuwste versies van de stuurprogramma's downloadt vanaf de website van de softwarefabrikant.
- Als het systeem niet wordt opgestart na het automatisch zoeken van stuurprogramma's.
Geef de betreffende stuurprogramma's op door te klikken op Stuurprogramma toevoegen. De hier gedefinieerde stuurprogramma's worden geïnstalleerd, met de relevante waarschuwingen, zelfs als het programma een beter stuurprogramma vindt.
Werking van Universal Restore
Wanneer u de vereiste instellingen hebt opgegeven, klikt u op OK.
Als Universal Restore geen compatibel stuurprogramma vindt in de opgegeven locaties, wordt een prompt weergegeven over het apparaat met het probleem. Voer een van de volgende handelingen uit:
- Voeg het stuurprogramma toe aan een van de eerder opgegeven locaties en klik op Opnieuw proberen.
- Als u de locatie niet meer weet, klikt u op Negeren en gaat u verder met het proces. Als het resultaat niet is wat u verwacht, past u Universal Restore opnieuw toe. Wanneer u de bewerking configureert, geeft u het nodige stuurprogramma op.
Wanneer Windows opnieuw wordt opgestart, wordt de standaardprocedure voor de installatie van nieuwe hardware geïnitialiseerd. Het stuurprogramma voor de netwerkadapter wordt op de achtergrond geïnstalleerd (silent mode) als het de Microsoft Windows-handtekening heeft. Zo niet, dan vraagt Windows om bevestiging of het niet-ondertekende stuurprogramma moet worden geïnstalleerd.
Vervolgens kunt u de netwerkverbinding configureren en stuurprogramma's opgeven voor de videoadapter, USB en andere apparaten.