De time-out wijzigen voor heartbeat van VM en validatie van momentopnamen
Deze optie is alleen beschikbaar voor lokale validatieplannen. Voor fijn afgestemde schermopname validatie met aangepaste time-outinstellingen en cloudvalidatieplannen kunt u overwegen geautomatiseerde testfailover te gebruiken in Disaster Recovery. Zie Automatische testfailover configureren voor meer informatie.
Wanneer u een back-up valideert door deze uit te voeren als virtuele machine, kunt u de time-out configureren die u wilt gebruiken tussen het opstarten van de virtuele machine en het verzenden van het heartbeat-verzoek of het maken van een schermopname.
De standaardperiode is als volgt:
- Eén minuut: voor back-ups die zijn opgeslagen in een lokale map of een netwerkshare.
- Vijf minuten: voor back-ups die zijn opgeslagen in de cloudopslag.
De time-out wijzigen:
-
Open het configuratiebestand van Agent voor VMware of Agent voor Hyper-V om deze te bewerken.
Het configuratiebestand is beschikbaar op de volgende locaties:
-
[Voor Agent voor VMware of Agent voor Hyper-V in Windows] C:\Program Files\BackupClient\BackupAndRecovery\settings.config
-
[Voor Agent voor VMware (Virtual appliance)] /bin/mms_settings.config
Voor meer informatie over hoe u toegang krijgt tot het configuratiebestand op een virtueel apparaat: zie SSH-verbindingen met een virtueel apparaat.
-
-
Ga naar
<validation>en wijzig waar nodig de waarden voor lokale back-ups en cloudback-ups:<validation>
<run_vm>
<initial_timeout_minutes>
<local_backups>1</local_backups>
<cloud_backups>5</cloud_backups>
</initial_timeout_minutes>
</run_vm>
</validation>
- Sla het configuratiebestand op.
- Start de agent opnieuw op.
[Voor Agent voor VMware of Agent voor Hyper-V in Windows] Voer de volgende opdrachten uit op de opdrachtprompt:
net stop mms
net start mms
- [Voor Agent voor VMware (Virtual appliance)] Start de virtuele machine opnieuw op.