CDP-back-up configureren

U kunt Continue gegevensbescherming (CDP) configureren in de module Back-up van een beschermingsplan. Zie Een beschermingsplan maken voor meer informatie over het maken van een beschermingsplan.

Instellingen voor Continue gegevensbescherming configureren

  1. Ga naar de Back-up-module van een beschermingsplan en zet de schakelaar Continue gegevensbescherming (CDP) aan.

    Deze schakelaar is alleen beschikbaar voor de volgende gegevensbronnen:

    • Volledige machine

    • Schijven/volumes

    • Bestanden/mappen

  2. In Items die voortdurend moeten worden beschermd configureert u Continue gegevensbescherming voor Applicaties of Bestanden/mappen of beide.

    • Klik op Applicaties om CDP-back-up te configureren voor bestanden die worden gewijzigd door specifieke toepassingen.

      U kunt de toepassingen uit de vooraf gedefinieerde categorieën selecteren of andere toepassingen toevoegen door het pad naar het uitvoerbare bestand van de toepassing op te geven, bijvoorbeeld:

      • C:\Program Files\Microsoft Office\Office16\WINWORD.EXE
      • *:\Program Files (x86)\Microsoft Office\Office16\WINWORD.EXE
    • Klik op Bestanden/mappen om CDP-back-up te configureren voor bestanden op specifieke locaties.

      U kunt deze locaties definiëren door selectieregels te gebruiken of door de bestanden en mappen rechtstreeks te selecteren.

      • [Voor alle machines] Gebruik het tekstvak om een selectieregel te maken.

        U kunt de volledige paden naar bestanden of paden met jokertekens (* en ?) gebruiken. Het sterretje (*) komt overeen met nul of meer tekens. Het vraagteken komt overeen met één enkel teken.

        Als u een CDP-back-up voor een map wilt maken, moet u de inhoud ervan opgeven met het sterretje als jokerteken:

        Juiste pad: D:\Data\*

        Onjuist pad: D:\Data\

      • [Voor online machines] Bestanden en mappen rechtstreeks selecteren:
        • Ga naar Machine waarmee u wilt bladeren en selecteer de machine met de bestanden of mappen.
        • Klik op Bestanden en mappen selecteren om naar de geselecteerde machine te bladeren.

          Bij een rechtstreekse selectie wordt een selectieregel gemaakt. Als u het beschermingsplan toepast op meerdere machines en een selectieregel niet geldig is voor een machine, dan wordt deze regel overgeslagen op deze machine.

  3. Klik in het deelvenster voor het beschermingsplan op Maken.

Tussen de geplande back-ups worden er dan continu back-ups gemaakt van de door u opgegeven gegevens.