Het gebruik van de apparaatbeheermodule inschakelen op macOS
De instellingen voor apparaatbeheer van een beschermingsplan worden pas van kracht nadat het stuurprogramma voor apparaatbeheer op de beschermde workload is geladen. In dit gedeelte wordt beschreven hoe het stuurprogramma voor apparaatbeheer moet worden geladen om het gebruik van de apparaatbeheermodule op macOS mogelijk te maken. Dit is een eenmalige operatie waarvoor beheerdersrechten op de eindpuntmachine zijn vereist.
Ondersteunde macOS-versies:
- macOS 13 (Ventura)
Het gebruik van de apparaatbeheermodule inschakelen op macOS
- Installeer Agent voor Mac op de machine die u wilt beschermen.
- Schakel de instellingen voor apparaatbeheer in het beschermingsplan in.
- Pas het beschermingsplan toe.
- De waarschuwing "Systeemuitbreiding geblokkeerd" wordt weergegeven op de beschermde workload. Klik op Beveiligingsvoorkeuren openen.

- In het deelvenster Beveiliging en Privacy dat wordt weergegeven, selecteert u App Store en geïdentificeerde ontwikkelaars en klikt u vervolgens op Toestaan.

- In het dialoogvenster dat wordt weergegeven, klikt u op Opnieuw starten om de workload opnieuw te starten en de instellingen voor apparaatbeheer te activeren.
U hoeft deze stappen niet te herhalen als de instellingen voor apparaatbeheer zijn uitgeschakeld en vervolgens weer ingeschakeld.