Volumes koppelen vanaf een back-up

Als u volumes koppelt vanaf een back-up op schijfniveau, kunt u de volumes op dezelfde manier openen als fysieke schijven.

Als u volumes koppelt in de modus lezen/schrijven, kunt u de back-upinhoud wijzigen. U kunt dan bestanden en mappen opslaan, verplaatsen, maken en verwijderen en u kunt uitvoerbare bestanden bestaande uit één bestand uitvoeren. In deze modus wordt een incrementele back-up gemaakt van de wijzigingen die u aanbrengt in de back-upinhoud. Geen enkele van de daaropvolgende back-ups zal deze wijzigingen bevatten.

Vereisten

  • Deze functionaliteit is alleen beschikbaar via Verkenner in Windows.
  • Agent voor Windows moet zijn geïnstalleerd op de machine waarop de koppelingsbewerking wordt uitgevoerd.
  • Het bestandssysteem waarvan u een back-up maakt, moet worden ondersteund door de Windows-versie op de machine.
  • De back-up moet zijn opgeslagen in een lokale map op een netwerkshare (SMB/CIFS) of in Secure Zone.

Gebruiksscenario's

  • Gegevens delen

    Gekoppelde volumes kunnen gemakkelijk worden gedeeld via het netwerk.

  • Snelle oplossing tijdens databaseherstel

    Koppel een volume met een SQL-database van een machine die recentelijk een foutstatus had. Hierdoor krijgt u toegang tot de database totdat de machine met de foutstatus is hersteld. Deze procedure kan ook worden gebruikt voor gedetailleerd herstel van Microsoft SharePoint-gegevens met SharePoint Explorer.

  • Virus offline verwijderen

    Als een machine is geïnfecteerd, kunt u de back-up van die machine koppelen, deze opschonen met een antivirusprogramma (of de meest recente, niet-geïnfecteerde back-up zoeken) en de machine dan herstellen vanaf deze back-up.

  • Controleren op fouten

    Als herstel met formaatwijziging van het volume mislukt, is de oorzaak mogelijk een fout in het bestandssysteem waarvan de back-up is gemaakt. Koppel de back-up in de modus lezen/schrijven. Gebruik vervolgens de opdracht chkdsk /r om het gekoppelde volume te controleren op fouten. Wanneer de fouten zijn verholpen en er een nieuwe, incrementele back-up is gemaakt, herstelt u het systeem vanaf deze back-up.

Een volume koppelen vanaf een back-up

  1. Gebruik Verkenner om naar de locatie van de back-up te bladeren.
  2. Dubbelklik op het back-upbestand. De bestandsnamen zijn gebaseerd op de volgende sjabloon:

    <machine name> – <protection plan GUID>

  3. Als de back-up is versleuteld, voert u het versleutelingswachtwoord in. Anders kunt u deze stap overslaan.

    De herstelpunten worden weergegeven in Verkenner.

  4. Dubbelklik op het herstelpunt.

    De volumes waarvan een back-up is gemaakt, worden weergegeven in Verkenner.

    Dubbelklik op een volume om door de inhoud te bladeren. Bestanden en mappen van de back-up kunt u kopiëren naar elke map in het bestandssysteem.

  5. Klik met de rechtermuisknop op een volume dat u wilt koppelen en selecteer een van de volgende opties:
    1. Koppelen
      Alleen de laatste back-up in het archief (back-upketen) kan in de lees- en schrijfmodus worden gekoppeld.
    2. Koppelen in de modus alleen-lezen.
  6. Als de back-up is opgeslagen op een netwerkshare, geeft u de toegangsreferenties op. Anders kunt u deze stap overslaan.

    Het geselecteerde volume wordt gekoppeld. De eerste ongebruikte letter wordt toegewezen aan het volume.

Een volume ontkoppelen

  1. Gebruik Verkenner om te bladeren naar Computer (Deze pc in Windows 8.1 en later).
  2. Klik met de rechtermuisknop op het gekoppelde volume.
  3. Klik op Ontkoppelen.
  4. Als het volume is gekoppeld in de modus lezen/schrijven, en de inhoud is gewijzigd, selecteert u of u een incrementele back-up met de wijzigingen wilt maken. Anders kunt u deze stap overslaan.

Het geselecteerde volume wordt ontkoppeld.