Prestatie- en back-upvenster

Met deze optie kunt u een van de drie niveaus van back-upprestaties (hoog, laag, verboden) instellen voor elk uur binnen een week. Op deze manier kunt u een tijdvenster definiëren voor het starten en uitvoeren van back-ups. Met de prestatieniveaus "hoog" en "laag" kunt u de prioriteit van het proces en de uitvoersnelheid configureren.

Deze optie is niet beschikbaar voor back-ups die worden uitgevoerd door de cloudagenten, zoals back-ups van websites of back-ups van servers op de herstelsite in de cloud.

Deze optie is alleen effectief voor de back-up- en back-upreplicatieprocessen. Opdrachten na back-up en andere bewerkingen die zijn opgenomen in een beschermingsplan (bijvoorbeeld validatie) worden uitgevoerd ongeacht deze optie.

De vooraf ingestelde waarde is: Uitgeschakeld.

Wanneer deze optie is uitgeschakeld, kunnen back-ups op elk moment worden uitgevoerd met de volgende parameters (ongeacht of de parameters zijn gewijzigd ten opzichte van de vooraf ingestelde waarde):

  • CPU-prioriteit: Laag (in Windows komt dit overeen met Lager dan normaal)
  • Uitvoersnelheid: Onbeperkt

Wanneer deze optie is ingeschakeld, worden geplande back-ups toegestaan of geblokkeerd volgens de performance-parameters die zijn opgegeven voor het huidige uur. Aan het begin van een uur waarin back-ups zijn geblokkeerd, wordt een back-up proces automatisch gestopt en wordt er een waarschuwing gegenereerd. Zelfs als geplande back-ups zijn geblokkeerd, kan een back-up handmatig worden gestart. Hierbij worden de performance-parameters gebruiken van het meest recente uur waarin back-ups waren toegestaan.

U kunt het performance- en back-upvenster voor elke replicatielocatie afzonderlijk configureren. Als u toegang wilt krijgen tot de instellingen van de replicatielocatie, klikt u in het beschermingsplan op het tandwielpictogram naast de naam van de locatie. Klik vervolgens op Performance- en back-upvenster.

Back-upvenster

Elke rechthoek geeft een uur van een weekdag weer. Klik op een rechthoek om de volgende statussen weer te geven:

  • Groen: back-up is toegestaan met de parameters die zijn opgegeven in het groene gedeelte.
  • Blauw: back-up is toegestaan met de parameters die zijn opgegeven in het blauwe gedeelte.

    Deze status is niet beschikbaar als de back-upindeling is ingesteld op Versie 11.

  • Grijs: back-up is geblokkeerd.

U kunt klikken en slepen om de status van meerdere rechthoeken tegelijk te wijzigen.

CPU-prioriteit

Met deze parameter definieert u de prioriteit van het back-upproces in het besturingssysteem.

De beschikbare instellingen zijn: Laag, Normaal, Hoog.

De prioriteit van een proces dat in een systeem wordt uitgevoerd, bepaalt hoeveel CPU- en systeembronnen aan het proces worden toegewezen. Als u de prioriteit voor back-ups verlaagt, komen er meer resources vrij voor andere applicaties. Als u de prioriteit voor back-ups verhoogt, wordt het back-upproces mogelijk versneld doordat het besturingssysteem wordt gevraagd meer resources, zoals de CPU, toe te wijzen aan de back-upapplicatie. Het resultaat hiervan hangt echter af van het totale CPU-gebruik en andere factoren zoals I/O-snelheid van de schijf of netwerkverkeer.

Met deze optie kunt u de prioriteit van het back-upproces (service_process.exe) in Windows en de "niceness" van het back-upproces (service_process) in Linux en macOS instellen.

De onderstaande tabel bevat een overzicht van de toewijzing voor deze instelling in Windows, Linux en macOS.

Cyber Protection – prioriteit

Windows
– prioriteit

Linux en macOS
– "niceness"

Laag Lager dan normaal 10
Normaal Normaal 0
Hoog Hoog -10

Uitvoersnelheid tijdens back-up

Met deze parameter kunt u een beperking instellen voor de schrijfsnelheid van de harde schijf (bij het maken van een back-up naar een lokale map) of de overdrachtsnelheid van back-upgegevens via het netwerk (bij het maken van een back-up naar een netwerkshare of cloudopslag).

Wanneer deze optie is ingeschakeld, kunt u de maximaal toegestane uitvoersnelheid opgeven:

  • Als percentage van de geschatte schrijfsnelheid van de harde schijf van bestemming (bij het maken van een back-up naar een lokale map) of van de geschatte maximumsnelheid van de netwerkverbinding (bij het maken van een back-up naar een netwerkshare of cloudopslag).

    Deze instelling werkt alleen als de agent in Windows wordt uitgevoerd.

  • In kB/seconde (voor alle bestemmingen).