Databasebeschikbaarheidsgroepen (DAG) beveiligen
Overzicht van Exchange Server-clusters
Exchange-clusters worden met name gebruikt om te zorgen voor hoge beschikbaarheid van databases met een snelle failover zonder gegevensverlies. Doorgaans wordt dit bereikt door een of meer exemplaren van databases of opslag op de leden van het cluster (clusterknooppunten) te gebruiken. Als het clusterknooppunt dat functioneert als host van de actieve databasekopie of van de actieve databasekopie zelf mislukt, neemt het andere knooppunt dat functioneert als host voor de passieve kopie de bewerkingen automatisch over van het mislukte knooppunt en biedt dit met minimale downtime toegang tot Exchange-services. De clusters functioneren dus zelf al als noodhersteloplossing.
Er zijn echter mogelijk situaties waarin failoverclusteroplossingen geen gegevensbescherming kunnen bieden, bijvoorbeeld in het geval van logische beschadiging van een database of als een bepaalde database in een cluster geen kopie (replica) heeft of het gehele cluster niet beschikbaar is. Clusteroplossingen bieden eveneens geen bescherming tegen schadelijke inhoudswijzigingen, aangezien deze onmiddellijk worden gerepliceerd naar alle clusterknooppunten.
Clustergerichte back-up
Met clustergerichte back-up maakt u een back-up van slechts één exemplaar van de geclusterde gegevens. Als de plaats van de gegevens binnen het cluster wordt gewijzigd (vanwege een switchover of failover), worden alle verplaatsingen van deze gegevens bijgehouden en wordt hiervan een veilige back-up gemaakt.
Ondersteunde clusterconfiguraties
Clustergerichte back-ups worden alleen ondersteund voor Databasebeschikbaarheidsgroep (DAG) in Exchange Server 2010 of later. Andere clusterconfiguraties, zoals cluster met enkele opslaggroep (SCC) en continue replicatie in een cluster (CCR) voor Exchange 2007, worden niet ondersteund.
DAG is een groep die bestaat uit maximaal 16 Exchange-postvakservers. Elk knooppunt kan functioneren als een host voor een kopie van een postvakdatabase van elk ander knooppunt. Elk knooppunt kan functioneren als host voor passieve en actieve databasekopieën. Van elke database kunnen maximaal 16 kopieën worden gemaakt.
Hoeveel agenten zijn vereist voor clustergerichte back-ups en herstel van clustergegevens?
Voor back-up en herstel van geclusterde databases moet Agent voor Exchange zijn geïnstalleerd op elk knooppunt van het Exchange-cluster.
Wanneer u de agent op een van de knooppunten hebt geïnstalleerd, worden de DAG en de bijbehorende knooppunten weergegeven in de Cyber Protect-webconsole onder Apparaten > Microsoft Exchange > Databases. Als u Agent voor Exchange wilt installeren op de rest van de knooppunten, selecteert u de DAG, klikt u op Details en klikt u vervolgens op Agent installeren naast elk knooppunt.
Een back-up van de Exchange-clustergegevens maken
- Wanneer u een beschermingsschema wilt maken, selecteert u de DAG, zoals beschreven in 'Exchange Server-gegevens selecteren'.
- Configureer de back-upoptie "Clusterback-upmodus".
- Geef naar wens de andere instellingen van het beschermingsschema op.
Voor clustergerichte back-ups moet u de DAG zelf selecteren. Als u afzonderlijke knooppunten of databases selecteert binnen de DAG, wordt er geen back-up gemaakt van de geselecteerde items en wordt de optie Clusterback-upmodus genegeerd.
De Exchange-clustergegevens herstellen
-
Selecteer het herstelpunt voor de databases die u wilt herstellen. Het is niet mogelijk een volledige cluster te selecteren voor herstel.
Wanneer u een exemplaar van een geclusterde database selecteert onder Apparaten > Microsoft Exchange > Databases > <cluster name> > <node name> en vervolgens op Herstellen klikt, worden alleen de herstelpunten weergegeven die overeenkomen met de tijden waarop een back-up is gemaakt van dit exemplaar.
De eenvoudigste manier om alle herstelpunten van een geclusterde database weer te geven, is om de back-up te selecteren op het tabblad Back-upopslag.
-
Volg de stappen die worden beschreven in 'Exchange-databases herstellen', te beginnen bij stap 5.
Er wordt automatisch een clusterknooppunt gedefinieerd waarnaar de gegevens worden hersteld. De naam van het knooppunt wordt weergegeven in het veld Herstellen naar. U kunt het doelknooppunt handmatig wijzigen.